Posts tonen met het label Gezien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gezien. Alle posts tonen

donderdag 17 juni 2010

Beeldoverdaad te lijf met ... beeld.

Wat hebben kunstenaars nog toe te voegen aan de beeldoverdaad die ons netvlies teistert? Die vraag die wordt gesteld op de tentoonstelling die ik gisteren zag in Arti, Amsterdam. Da's een vraag die ook voor reclamemakers relevant is. Het aantal communicatiemiddelen is immers geëxplodeerd. Iedereen met een telefoon is een publicerend fotograaf en filmer. Hoe val je nog op?

De kunstenaars in Arti hebben verschillende strategieën. Shockeren bijvoorbeeld: morsige 2 bij 2 meter foto's van dikke naakten, Sadam Hoessein op sterk water en naakten in een compromitterende houding met een masker van Mohammed. Shockeren is - nog steeds - makkelijk. Er zijn genoeg beelden die we wel kunnen bedenken maar nog nooit gezien hebben.

Intrigeren een andere tactiek. Een in nauwelijks leesbaar beeld dat je uitdaagt en beloont als je de tekst ontcijfert (zie onder). Of een hele reeks identiek gefotografeerde computermonitoren en tv's afkomstig van het grofvuil, waar de herhaling zorgt voor onverwachte schoonheid en melancholie.




Sommige installaties irriteren: ritmisch flikkerend videobeelden begeleid door gedreun. Maar het meest tot de verbeelding sprekend waren de verhalen. De boodschap dringt niet in een keer tot je door. Je moet ernaar op zoek. Ik nam de moeite en werd niet teleurgesteld. Zo vroeg ... aan seriemoordernaars, verkrachters,  kannibalen en heel gewone mensen om een tekening maken. De naast elkaar getoonde kleurpotloodwerkjes waren allemaal even naïef en onschuldig. Welke was nu van de seriemoordenaar?


Thinkebell maakte een tasje van haar kat. Moet kunnen. Bont is bont. De wereld dacht daar een tikje anders over en Tinkebell ontving een eindeloze reeks anonieme scheldmails. Moordzuchtige haatschriften die je angstig doen wegkruipen. Zij hield stand, ging op zoek naar de mensen achter de hatemails en publiceerde de foto's en verhalen die ze vond in een boek: 'Dearest Thinkebell'. Wat bleek, het waren geen creeps die haar bestookten, maar hele gewone mensen die in de schaduw van anonimiteit hun woede afreageerden. 

Ik was misschien 45 minuten in Arti en alles is goed blijven hangen. Wat onthoud je van een reclameblok van 5 minuten? Verwacht evenwel geen heldere boodschap, of een antwoord op de vraag wat een kunstenaar toe te voegen heeft aan het beeldbombardement. 

donderdag 10 juni 2010

Irma Boom temt de infogeile geest.

Onze wereld stroomt langzaam maar zeker vol met snel kopieerbare digitale dingetjes. Ooit is berekend dat we zo'n 6.000 boodschappen per dag verwerken. Dat was in het analoge tijdperk denk ik. Inmiddels is het een veelvoud daarvan. Mijn brein vonk wat af. Nog voordat verdieping het wint van nieuw, vraagt een andere dingetje elektriserend mijn aandacht. FLITS. FLITS. Het dansende brein is er aan verslaafd. Mijn hersenen laten niemand meer uitpraten, volgen geen betoog, film, of visie tot het einde. Ik zap en snack. Googelend val ik middenin een verhaal. Negeer ik iedere samenhang. Ik reageer wat af, uit de heup: twitter, sms, linked in, facebook, blogs. Plak en knip. Leg honderden verbindingen zonder te verbinden. En voordat duiding, reflectie, of betekenisgeving toeslaat, graas ik verder. Ik schijn de enige niet te zijn. 


Dan is het toch fijn dat zo iemand als Irma Boom je bij de les houdt. Irma Boom is een grafisch vormgever met een obsessie voor boeken. Al sinds 1987. Ze drukt, gezegend met een groot talent, tegen de keer haar zin door. Met een kolossaal en indrukwekkend oeuvre als resultaat. De rust die me overvalt als ik naar haar werk kijk is haast meditatief. Hier geen dingentjes met een levensduur van 1 nanoseconde. De totstandkoming van haar eerste project, twee boeken met daarin de postzegels uit 1987 en 1988 is illustratief voor haar dwingende manier van werken. Voor de vormgeving van dat overzicht vroeg SDU, haar werkgever, 40.000,- gulden. De productie: lithografie, drukwerk etc. was begroot op 160.000,- gulden. Toen mocht kwaliteit nog iets kosten. Het project loopt volkomen uit de hand. En dat leidt tot paniekerige correspondentie die op de tentoonstelling allemaal te lezen is. Hilarisch. De kosten van de productie komen uiteindelijke uit op een half miljoen gulden. Er gaat iets geruststellends van uit, iets troostends. Hier heerst niet leiband van de aandeelhouderswaarde.

Er zijn meer ontstaansgeschiedenissen te genieten. Zo kom je veel te weten over het 2136 pagina’s dikke jubileumboek dat ze maakte voor de Steenkolen Handels Vereeniging. Een kathedraal van een boek. Vijf jaar werk. Duizenden uren. Je ziet het, je voelt het. Hier zegevieren liefde, kunde en kunst. Heen en weer lopend tussen de drie zalen van de UvA Bijzonder Collecties aan de Turfmarkt in Amsterdam komt de tijd tot stilstand. Inmiddels stortregent het. Buiten raast twitterend Nederland. Verkiezingen. Meninkjes. Lijstrekkers. Bankiers. Overheidstekorten. Peilingen. iPhone uit. Ik blijf hier. 

zondag 30 mei 2010

'The years from 1989 to 2009 were consumed by locusts.'


Judt houdt een bevlogen en goed beargumenteerd betoog waarin hij zich afzet tegen de onstilbare honger van het klepto-kapitalisme en een lans breekt voor de sociaal democratie. In zijn ogen de enige politieke stroming die ons fair door deze onzekere tijden kan loodsen. De kiem van de in ongerede geraakte maatschappij, en dan doelt hij met name op de VS en GB, is de grote en schrijnende (inkomens)ongelijkheid die is ontstaan door de theologie van de vrije markt: het neo-liberalisme van Milton Friedman en de zijnen. Die inkomensongelijkheid heeft een maatschappij gecreëerd waarin enkelen profiteren en de meerderheid inlevert. Hij laat overtuigend zien dat die inkomensongelijkheid aan de onderkant van de samenleving zorgt voor een afname van de sociale mobiliteit, een toename van de criminaliteit en een verslechtering van de volksgezondheid. 

Gewapend met het gedachtengoed van 19e en 20e eeuwse politieke denkers, schetst Judt een rechtvaardigere wereld. Maar vooral geeft hij de lezer munitie tegen de mathematische gelijkhebberigheid Chicago-econometristen. Zijn argumentaties geven te denken en ontmantelen de vrije markt automatismen van het Thatcher, Major, Blair, Reagan, Bush, Clinton, Bush tijdperk. 'Ill fares the land' is geen handleiding, geen 'how to' boek. Judt geeft ons de taal en de argumentatie om belangrijke politieke vragen opnieuw te stellen: Wat is het gevolg van deze wetgeving, van deze maatregel? Is het eerlijk? Is het goed? Is het rechtvaardig? Welke bijdrage levert het aan een betere samenleving? Volgens Judt zijn we het ons als burgers van een vrije samenleving verplicht deze vragen te stellen. Maar, voegt hij er aan toe, "Philosophers, it was famously observed, have hitherto only interpreted the world in various ways; the point is to change it." Daarmee is 'Ill fares the land' ook een activistisch boek.
Lezen als je het gevoel hebt dat het neo liberalisme net iets minder zegenrijk is, als Blair en Bush ons deden geloven.

maandag 26 oktober 2009

Jee, wat is Adformatie dun.

Een tijd lang heb ik door omstandigheden Adformatie moeten missen. Dat kan overigens heel goed. Iets wat zorgwekkend is, maar dit terzijde. Toen ik een paar maanden geleden het blad weer mocht ontvangen overviel mij een restyling. Nu is het heel flauw om daar enorm mosterd na de maaltijdend kritisch over te doen. Ga ik toch doen. Maar niet nadat ik ieder initiatief (zeker in deze tijd) verwelkom met een warm onthaal.
'Jee wat is-ie dun' was mijn eerste reactie. Het was natuurlijk vakantie, maar toch. Nauwelijks advertenties (een reclamevakblad zonder adverteerders, proeft iemand de ironie?) en als je het op een bladeren/lezen zet, ben je er in 10,7 minuut doorheen. Het lijkt alsof de restyling de totale overbodigheid inluidt. Wees urgent, wees relevant, wees onmisbaar. Ook zonder uitroepteken bittere noodzaak voor ieder blaadje. Gratis is allang niet meer voldoende. Maar het was vakantie, dus ik hield mijn definitieve oordeel voor me.
Nu de campings in Zuid Frankrijk er verlaten bijliggen, Ibiza niet langer de thuisbasis is van communicatiecreatief Nederland en dus iedere donderdag weer het gevecht om de bureauAdfo losbarst, wordt het tijd om nog een keertje te bladeren.
Oeps. Nog steeds dun. Restyling is wel lekker helder trouwens. En herkenbaar. Maar maakt dat Adformatie relevant? Veel nieuws haal ik van adformatie.nl of molblog en vind ik geherkauwd terug op de redactionele pagina's. Echt diep, scherp of origineel is de duiding van de clutter niet. Het lijkt alsof Adfo richting de snelle digimening beweegt in plaats van ons te voorzien van goed geschreven diepgang. Interessant is bijvoorbeeld het verhaal van Rory Sutherland op ted.com: reclame voegt waarde toe aan een product door onze perceptie van dat product te veranderen. Hij legt uit hoe reclame door het toevoegen van waarde een bijdrage kan leveren aan duurzaamheid.
Toch ben ik blij als-ie op de mat valt. Adformatie. Dat vertrouwenwekkende geel. Die domme foldertjes die er telkens uitlazeren als je de shrinkwrap opentrekt. Die losse roddeltaal. Die op niets gebaseerde belangrijkheid. Het katapulteert me naar een tijd waarin alles nog duidelijk was, waarin je dagbladen, tijdschriften en TV had. Waar massamediale merkbouw werkte (althans voor de helft van het budget), waarin de onderbuikmening van de reclameman net zoveel werd gewaardeerd (letterlijk) als het vrijblijvende advies van een Zuidasadvocaat. Kortom, een tijd waarin klassieke reclame relevant was.
Maar de wedstrijd wordt allang op een ander veld gespeeld. Met andere regels bovendien. Restyling of niet. Daarom is Adformatie dun. En niet alleen tijdens de vakantie. Voorgoed?

vrijdag 9 oktober 2009

Vrij Nederland viert de inhoud.


Het Feestje.

Vrij Nederland heeft zichzelf opnieuw uitgevonden en staat nu fier voor de inhoud. ‘Lang leve de inhoud’ lezen we brutaal blij onder het met historisch besef getypografeerde logo dat bovendien nogal scheef staat (de vormgever roept wat over zich af ...). De regel is van reclamebureau Indie, die ook de eerste campagne uitingen heeft bedacht. Daarover straks meer.

De plussen.

In een tijd waarin plat, leeg, hol en vlak zegevieren (het gevolg van de stem des volks?), is inhoud een verademing.

De nieuwe indeling De Week (lekker snel op de hoogte), De Verhalen (de diepte in), De Republiek (cultuur in de breedte) en Het Leven (doolhoftips) is zo voor de hand liggend goed dat ik ‘m na een keer bladeren onthouden heb. Daarmee heeft VN op zijn minst een stramien gevonden dat past bij de doordenkende mens van nu.

De toon mist de zuurgraad van vroegere uitgaven waarin progressief nog wel eens werd verward met afzeiken, brommen en cynisme.

De inhoud. In NRC van 8 oktober argumenteerde Hans Beerenkamp dat de doorgewinterde mediaconsument alles al kende. Point taken. Maar inhoudminnend is niet hetzelfde als mediagekluisterd. Beerenkamp heeft het over zichzelf. Neemt niet weg dat VN de ambitie moet hebben om te verrassen, om opinieleidend te zijn.

Het scheve logo op de cover. Vooruit, het is niet mooi, maar mooi is, geheel naar de missie van het blad helemaal niet inhoudelijk, het verbloemt, verduistert, verdonkeremaant zelfs.

Het papier. Eindelijk weer een blad dat je kunt lezen met een wit overhemd aan. Niet onbelangrijk als je zoals ik een wit dekbedhoes hebt verloren na het lezen van HP/De Tijd. Bovendien miste Nederland een goed gedrukt grootformaat weekblad waarin adverteerders kunnen uitpakken. Nu maar hopen dat ze dat ook gaan doen.

Een uitgever en een hoofdredacteur die de euvele moed hebben te investeren tegen de keer verdienen een zoen. Als deze attitude het nieuwe VN toonzet, belooft dat veel goeds voor de volgende nummers.

Het vraagteken.

De campagne. Inhoud is goed. Lang leve de inhoud is ook leuk. Maar het poldert allemaal een beetje. De eerste uiting, een billboard met daarop drie geleerde heren in het pak van de Toppers met de heading Echte toppers (zonder ‘de’) deed mij de vraag stellen naar het waarom. “Inhoud moet weer leuk worden”, aldus het bureau. Gadverdamme. Dat is plat, leeg. Dat is opleuken, het is vertrutting. En voor wie moet inhoud leuk worden? Voor de ontleesde natiegenoot? Er is al zoveel leuks te beleven voor deze almaar opzwellende doelgroep. Bovendien: preken we wel voor de juiste parochie? Maar misschien heeft Indie gelijk. Misschien moet je om te overleven je niet afzetten, maar juist de relatie tussen leegte en inhoud onderzoeken. Misschien moet je wel heulen met datgene waarvan je je juist wilt distantiëren. Opeens schiet me te binnen dat de werkelijke roots van VN liggen in een tijd waarin heulen wel het laatste was wat je deed. Aan het begin van de inauguratieborrel werd daaraan nog gerefereerd: VN is een blad waarvoor mensen gestorven zijn. Kapotgeschoten door den Duitscher. Maar dat is zo lang geleden. Ik ben er nog niet helmaal uit. Waar ik wel uit ben is het proefabonnement van een half jaar, want de inhoud vieren is allemaal prima, het moet ook mogelijk genaakt worden.

vrijdag 2 oktober 2009

De beurs in crisistijd.

Traditiegetrouw is oktober de woonmaand en die woonmaand wordt in Nederland ontkurkt door de Woonbeurs in de Amsterdamse RAI. Normaal is dat een feestje en ik wilde weten of de inzakkende AEX-index de interieurbranche kopschuw heeft gemaakt. En of de krimpende budgetten de creativiteit hebben aangewakkerd of juist voor kaalslag hebben gezorgd. Het viel mij allemaal niet tegen. Verschillende exposanten gingen slim om met de lege portemonnee.

Winnen met weinig geld.


Een heel goed voorbeeld is de stand van Loods 5, die niet voor niets de wisselbeker voor de mooiste stand in de prijzenkast mag zetten. Een prettige spullenuitdragerij bij elkaar gehouden door industriële materialen. Blikvanger is een transportband waaraan grote shoppers bungelen die je ook nog eens gratis kon meenemen. De stand past precies bij het merk, is speels, alles behalve pompeus en dus zo bijdetijds als wat.

Karton en spaanderplaat.





Grappig en functioneel (niet persé mooi) vond ik ook de kartonnen stand van fabrieknl.com. Een verzamelplaats van opgeknapt designantiek. Ook hier sluiten merk en stand naadloos op elkaar aan en bovendien is de bordkartonlook een mooie ironische verwijzing naar de crisis. Karton was nog net geen thema. Want de stand van uitgeverij Frame bestond helemaal uit gestapelde kartonnen dozen. Ook een verassende crisisaanpak, maar misschien iets minder geslaagd. 101 Woonideeën pakte het weer anders aan. Hier geen echte meubels (veel te duur) en gezellige verlichting (idem), maar alleen uit wit spaanderplaats gezaagde stripmeubels in een zwart wit getekend interieur. Leuk en origineel bovendien, maar gelukkig was er ook een shop met geinige spulletjes.

Pleinvrees?



Een andere zuinige keuze is het inspiratieplein. Niks mis mee, consumenten staan er voor in de rij. Die van Flexa en Luxaflex was werkelijk enorm, terwijl het lichtadviesplein met adviseurs van Oak-licht eerder intiem was. Het zijn geen stands die meedingen naar de prijzen, maar het zijn prettige hubs waar je in een korte tijd veel consumentencontact hebt. Precies: concrete resultaten.

Hoofdafwendende luxe.







Natuurlijk was er ook veel hoofdafwendende luxe. Maar minder dan andere jaren. EH&I had een naar binnen gekeerd huis gemaakt. Een warme, veilige plek die de boze buitenwereld buitensluit. Kleine ingangen, overal filterende schutters, donkere kleuren, weinig licht en dikke tapijten. Een fluwelen handschoen waarmee de koele realiteit van alledag wordt getemperd. En daarmee vallen merk en stand keurig samen. VT Wonen deed het zuiniger aan. De voorzijde heeft een sterke, stevige vorm, de achterzijde vertedert met die rookpluimpjes en die fiets. Binnen heeft wit toegeslagen. Het is een beetje een troeperige reïncarnatie van des Bouvries' eerste witaanval. Ik kan het mis hebben, maar blad en merk lijken een beetje zoekend. Het cocoon antwoord van EH&I sluit in ieder geval beter aan bij de tijdgeest. En dan waren er nog een door Piet Boon ontworpen übersloep en een stand met een prijzig ogende conceptcar van Volvo. Dat had uitleg nodig, vonden ze bij Volvo.

Geen id.



Weinig stands met een idee dit jaar (nee, kleur is geen idee, evenals licht en ook boompjes zijn geen idee). Ik kwam er eentje tegen die wel aardig was. Van zolder tot loft, twee klokgevels waarvan er een, een heel herkenbare rommelzolder herbergde, en de ander een opgeknapt paleisje. Twee dingen van een totaal andere orde. Wie is de afzender van de stand, en waar moet je met de troep heen als je de rommelzolder hebt opgefrist? Geen idee. Maar de stand is leuk. Geen duurzaamheid bovendien. Wel een paar pogingen waarvan er eentje mij is bijgebleven. Die van fair trade design, niets bijzonders als stand, maar wel prettig echt. Wonderlijk dat er relatief weinig aandacht was voor planeetbesparende oplossingen.

Niks als alles.



Ja, en dan het grote meer met minder doen. Klare lijnen, een heldere lay out, voldoende ademruimte rondom, en heel prominent en visueel sterk de merknaam soeverein zwevend boven de magnifiek uitgelichte objecten. De stand van Gelderland. Wat mij betreft de mooiste in zijn niksheid, de ultieme crisisstand, ontworpen door Scholten & Baijings. Geen wisselbeker helaas, maar wel genomineerd.

zaterdag 26 september 2009

Inhaker.


Je komt ze nog overal tegen in Frankrijk, die Dubonnet muurschilderingen. Mooi staaltje reclamegeschiedenis. Maar wat nu als je net onder zo'n beschermd stadsgezicht een naaiatelier hebt? Overigens dit is in Aups in de Provence.