maandag 21 maart 2011

Goede doelen die raken (en dat gebeurt helaas te weinig).

Goede doelen hebben niet persé mijn sympathie. Ik vind hun motieven niet zondermeer verheven. Dus mij krijg je niet aan een lidmaatschapje, of een donatie, tenzij je me raakt, overtuigt of verrast. De eerlijkheid gebied te zeggen dat dat hoogst zelden gebeurt. Zal met de leeftijd te maken hebben. De verontwaardiging over mensenrechten en dierenleed die jong Nederland op hol laat slaan op Facebook, of Hyves is mij vreemd. Echt verzengende catastrofes uitgezonderd. Toch waren er weer een paar mooie online uitingen die mij wel raakte, aan het denken zetten, of zomaar amuseerde. We noemen twee maal Cordaid, twee maal de Rijksoverheid en het tit shirt. Je leest het goed.

Cordaid. streetviewsoedan.nl
Kijk. Dit is nu een mooi id. Streetview is populair, iedereen kijkt bij iedereen in de straat, gaat terug naar zijn geboortedorp, of een vakantieplek van even geleden. Mensen zijn nieuwsgierig. Dus toen ze de mogelijk kregen om in Soedan te streetviewen deden ze dat massaal. Je navigeert door een dorp en na een paar klikken kom je terecht bij een vrouw die haar verschrikkelijke verhaal vertelt. Of ik maar even wilde doneren. Vooruit, omdat jullie het zo elegant vragen.




Cordaid. Geefbanner.
Geven ok, maar wat krijg ik ervoor terug? Meestal bar weinig. Helaas zijn de meesten van ons niet altruïstisch. We verwachten minimaal een goed gevoel te krijgen na het stellen van een goede daad. Dat heeft Cordaid goed begrepen. Je sleept met je muis een bakje rijst naar het kindje. Dan verschijnt de heading ‘Zo gemakkelijk is het bijna, met 1 sms geef je voedsel in Zuid-Soedan.’ Als je dan die sms stuurt, verandert er iets in de banner. ‘Bedankt voor je gift we komen direct in actie’. En het jongetje krijgt echt rijst. Heel fijn allemaal, want ik word direct beloond voor mijn gift. 





Pink Ribbon. Tit Shirt.
Goed id met een fikse drempel (15 euro) en een bereik van niks. Het tit shirt is een t-shirt met een Augmented Reality-tag, waarmee mannen voor de webcam kunnen ervaren hoe het is om echte vrouwenborsten te hebben. Na enkele seconden ‘speeltijd’, verandert er ineens één borst in een groot litteken en komt een confronterende boodschap in beeld. Wel jammer dat zo'n t-shirt 15 euro kost.






Rijksoverheid/ Ministerie van Justitie, interactief billboard. 
Geen online uiting, maar wel interactief. Passanten op een plein worden gefilmd en zien zichzelf live op een groot video billboard. Aan het live beeld is een tweede film toegevoegd die eerder is opgenomen. Op die manier maken de passanten deel uit van een nogal ongewenste situatie: er arriveert een ambulance en een groepje jongeren begint de ambulancebroeders agressief lastig te vallen. De live gefilmde omstanders zien zich zelf niets doen. Ja, dat kan natuurlijk niet en dus lezen zij: 'Grijp in bij agressie tegen mensen met een publieke taak.' Een goed id dat wellicht geen hoog primair bereik heeft, maar vast en zeker rondzingt op social media en in de pers. 




Rijksoverheid/ Ministerie van Justitie. Interactieve banner tegen agressie.
Beetje standaard oplossing die je vaak voorbij ziet komen: de afloop van de film/het verhaal heb je zelf in de hand. Maar hier wel heel relevant toegepast. En mooi gemaakt. We zien een setje jongeren op oudejaarsavond door het lint gaan. De vraag is, wat doe jij? Je mag kiezen: niks doen, bellen, omstanders waarschuwen, foto's maken. Iedere keuze levert een andere film op. Je klikt natuurlijk op alle mogelijkheden, met als resultaat dat je weer helemaal op de hoogte bent van de drie door de overheid gewenste reacties. 

Dit was deel twee van het meest vermeldenswaardige on line werk tussen de ADCN inzendingen. Er volgt meer.







vrijdag 11 maart 2011

Ook voor on line uitingen geldt, zonder een goed id is het rijstebrij.

Ook voor on line communicatie geldt, zonder een goed id is het rijstebrij. Toch pruttelen veel mooi gemaakte sites, games en activaties ideeloos aan je voorbij. Bij mij werkt dat niet. Ik haak af. N=1? En dan nog iets. Hoe spectaculair ook, bij sommige uitingen is de relatie tussen het merk/product en de uiting wel heel ver te zoeken. De techniek is leidend en krijgt een merksaus. Zoiets als: deze geweldige app wordt u aangeboden door (plaats hier uw logo). Een tikje onvolwassen nog.

Hier een paar goede voorbeelden van een sterk idee.

Voor de landmacht.
In de sourcecode van de site werkenbijdelandmacht.nl staat een bericht dat techneuten uitnodigt om toch maar vooral te solliciteren. Want de landmacht zoekt technici. Lekker simpel en strak id. Gebaseerd op het ware inzicht dat techneuten nu eenmaal altijd even in de sourcecode kijken.



Voor Stivoro.
Blackmail yourself. Je gaat stoppen met roken. En om jezelf een extra duwtje in de rug te geven, geef een betrouwbare operator een uiterst compromitterende foto van jezelf. Hij of zij krijgt de opdracht om die foto worldwide te verspreiden op het moment dat jij met een sigaret wordt gespot. Auw. Strak id waarbij perfect gebruik gemaakt wordt van social media. En als de foto maar erg genoeg is, werkt het vast en zeker.




Voor Philips.
Idee: test de Wake Up Light van Philips onder de zwaarste omstandigheden: in Longyearbyen, dicht bij de Noordpool, waar de inwoners meer dan 4 maanden de zon niet zien. Philips gaat all out. Maar de essentie staat als een huis. Na zes weken voelen de Longyearbyers zich 's ochtends stukken beter. Hier houdt een strak id een zee aan uitingen stevig bij elkaar.






Dit was deel een. Binnenkort meer.

vrijdag 18 februari 2011

Social media is niet alles, om nog maar te zwijgen van de 'experts'

Facebook zal uit eenvallen in een groot aantal kleinere dedicated vriendensites, als ik uit ga van mijn eigen behoeften. Dus, ook weer n=1, koop geen aandelen van die club. En wat marketing betreft, show me the results voor producten als toiletpapier, wasmiddel, verzekeringen, pindakaas, vuilnisemmerzakken, Aardappel Anders... En vergelijk deze resultaten nu eens met doodnormale gedwongen confrontatie. Dat zou nu eens leuk zijn in Marketingtribune of Adformatie. En wat de die hard "Experts" betreft, ze doen me een beetje denken aan mijzelf (toen nog met lang haar) in mijn eindeloze pogingen mijn ouders duidelijk te maken dat free jazz te gek is. Voor mij ja, voor hen niet! Of mijn gespierde sportvrienden die zeggen dat sport te gek is, voor hen ja, voor mij niet! Die "experts" ontberen overstijgend denken. Heel vermoeiend en nauwelijks constructief.
Vers in Marketingtribune een leuk stukje van Dennis hoogervorst

donderdag 3 februari 2011

Scoren op Social Media is heel makkelijk.

Marketeers zijn teleurgesteld over de resultaten die ze boeken op social media. De meetbaarheid is een probleem. En wát je kunt meten, valt bar tegen in verhouding tot de investering die je doet. Dat is natuurlijk vervelend. Zeker als je bedenkt dat adverteerders hadden gehoopt direct in te kunnen pluggen in de heats en ginds van argeloze consumenten. Waar was het hopen op? Dat Facebookers en Hyvers en masse geheel vrijwillig ambassadeur werden van hun merken. En, blijkens succesvolle Amerikaanse cases, lukt dat soms ook wel. Nike is hot, de Walmart mokken-met-je-profielfoto-actie scoorde goed en er zijn nog veel meer aardige cases te vinden in de blogosphere. De best scorende actie op Facebook van de afgelopen weken was evenwel behoorlijk illegaal. Maar wel ongelofelijk slim. En leerzaam.

Vrienden plaatsten het volgende bericht op je prikbord:

Robert schreef:
I just saw who STALKS me here on Facebook! You can see who creeps around your profile too! http://www.facebook.com/l/22df7;www.coolredirect.com/stalker.

Enfin, je klikt op de link, want wie wil er nu niet weten wie er in je geïnteresseerd is. Je krijgt een mooi schermpje dat heel erg Facebook oogt met de vraag of de applicatie toegang mag krijgen tot al je Facebookgegevens. Even denk je, daar gaat mijn privacy, maar de nieuwsgierigheid overwint: Wie vindt mij interessant? >KLIK!

Achteraf blijkt het een ordinaire gegevensdiefstal te zijn, waarbij ook al je vrienden uitgenodigd worden om erachter te komen wie ongezien hun Facebookpagina bekijkt. Ik heb ongeveer 15 van die verzoeken gekregen. En op de eerste heb ik geklikt (bedankt Stephan Gonnissen ;-)).

Binnen korte tijd was heel Facebook geïnfecteerd.

Waarom is deze actie succesvol? Omdat hij gebruik maakt van de twee drijvende krachten achter het succes van Social Media: narcisme en exhibitionisme. De zuigende urgentie om toch maar vooral iemand te zijn en dat aan heel de wereld te tonen. Aanwezigheid op social media is een middel om het merk IK te laden. Facebookers zijn voortdurend bezig met dat proces. Kijk mij een leuk foto geupload hebben, kijk mij slimme dingen zeggen, kijk mij aardig zijn, kijk mij een leuke vakantie hebben gehad, kijk mij verschrikkelijk duurzaam bezig zijn, kijk mij veel vrienden hebben, kijk mij een mooie profiefoto hebben, en weer een andere, en weer een andere. Precies, zo kun je nog wel een tijdje door gaan. Narcisme en exhibitionisme dus.

Dus als je iets met social media wilt, vergeet dan de nerdspeak van je tech-savvy adviseurs. Gebruik je boerenverstand en stel jezelf de vraag: wat draagt deze uiting bij aan het merk IK van de communicatiedoelgroep? Wordt hun imago er beter van als ze je product endorsen, als meedoen aan dat spelletje? Worden ze gezien als brengers van goed nieuws? Krijgen ze de lachers op hun hand? Etc. Ja, doen. Nee, laten.

En als je echt wilt weten wie er onopgemerkt naar je facebookpagina kijkt, klik dan hier.

dinsdag 4 januari 2011

Gut feeling bestaat niet. En dat is maar goed ook.

Gut feeling. Nogal wat reclamecreatieven beroepen zich erop. Wat is het? Intuïtie? Een aangeboren eigenschap? Het is, wat in onderwijskringen wel eens 'onbewust bekwaam' wordt genoemd. Je hebt er geen idee van hoe het zo gekomen is, maar je weet gewoon wat goed is en wat volkomen verkeerd. En je hebt negen van de tien keer gelijk.

Reclamecreatieven verdienen er hun geld mee, veel geld. En ze zijn het dubbel en dwars waard, totdat op een zeker moment de gut wel van alles voelt, maar het scoringspercentage begint af te nemen. Heel langzaam raak je out of tune met de maatschappij, de consumenten en de manier waarop die met elkaar communiceren.

En zonder het te weten, weet je 'het' op en dag niet meer. Je bent 'onbewust onbekwaam'. Je gaat freelancen, belandt in de B-categorie, zakt af naar de provincie, wordt zuur, debiteert oude waarheden alsof ze in steen gebikt staan, kortom, tijd voor een ander vak. Maar dat doe je niet. Je komt keurig ingedronken op de vernissage van het ADCN Jaarboek. Je slaat eens op wat schouders van oude bekenden die net als jij de weg kwijt zijn. Doet stoer over vroeger. En wankelt naar huis. Weg gut feeling! Hallo kut gevoel.

Je bent de enige niet. Het gebeurt de besten. Daarom zit Ilja Gort in de wijn, schrijft Kramp thrillers, beraadt Ubachs zich op zijn toekomst en werkt Koopal aan een film. Dat kan, je kunt iets anders gaan doen. En misschien is dat maar het beste. Maar zou je niet weer terug in het spoor kunnen komen? Waarom niet? Gut feeling is geen deus ex machina, het is geen godgegeven wonder. Het is niets meer en niets minder dan het resultaat van jarenlang sponzen, het diploma van de universiteit van het leven. De optelsom van je opvoeding, je al dan niet afgemaakte opleidingen en alle communicatieskills die daar bij horen. Je hebt een dijk van een opleiding gehad. Het voelde alleen niet zo.

Nu is het de vraag of je de hartenklop van de tijd kunt bijhouden. Geen idee. Maar wil je een serieuze kans maken, dan moet je daar net zo'n intensieve opleiding tegenaan gooien als toen, voor je lamp na lamp won. Een cursusje hier en een lezinkje daar helpt je niet verder. Het geeft je hoogstens het pijnlijke besef dat je inderdaad de weg kwijt bent ('bewust onbekwaam' heet dat).

Neen. Hier is totale overgave nodig. De overgave die je bezat in de eerste twintig jaar van je leven. Dus  sponzen, lezen, voelen, kijken, praten, zoeken en verwonderen. Dat gaat helaas niet meer onbewust en in de flow van je leven. Het vergt energie en vasthoudendheid. Eerst heb je er nog een spiekbriefje bij nodig ('bewust bekwaam'). Maar het resultaat zou zo maar eens kunnen zijn dat je weer net als vroeger weet wat goed is en wat volkomen verkeerd.

woensdag 13 oktober 2010

't zijn weer tijden om je te abonneren op Vrij Nederland.

Geplaatst in NRC op 14 oktober 2010, de dag van de beëdiging Rutte/Verhagen. Vrij Nederland positioneert zichzelf als hét progressieve opinieblad met een lange staat van dienst zoals alleen Vrij Nederland dat kan doen. De advertentie uit 1977 is overigens van Geert Franssen.


zondag 3 oktober 2010

De reclamebranche is véél te transparant.

Transparantie. Als er één ding is waar het reclamevak te veel van heeft, dan is het wel transparantie. Transparantie is niet modern. Het is dom. Het is je goocheltruc verklappen om volle zalen te trekken. De roep om transparantie is begrijpelijk. Al te veel mist ruikt naar fraude. Toch zijn het de adviseurs waar ondoorzichtigheid hoogtij viert die doorgaans leuke bedrijfsresultaten boeken. Twee voorbeelden.

De advocatuur. Volkomen ondoorzichtige business. Afgaande op de uurtarieven op je rekening lijkt het of louter toppers aan jouw onverkwikkelijke zaakje hebben gewerkt. Maar is dat zo? Wordt niet 93 procent van het werk gedaan door piepjonge overijverige high potentials? En is die briljante research niet in werkelijkheid een copy-paste-dingetje? Niet achter te komen. Een lucratieve business dus.

De bancaire business. Ondanks de kredietcrisis zien consumenten hier nog steeds geen hand voor ogen. Of het nu de bank is met ideeën, de bank die vraagt hoeveel bank je nodig hebt, of de bank anno nu, allemaal bedienen ze zich van producten die voor een leek nauwelijks te bevatten zijn. Met andere woorden: kassa! Het gaat nu even wat minder, maar geloof me, dat zal van tijdelijke aard blijken.

Men spreekt er schande van, maar een gebrek aan transparantie is juist een zegen. Sterker nog: het grijze gebied waar onduidelijkheid heerst is een voorwaarde om gezond zaken te kunnen doen. Voor ons vak zou het betekenen dat je klanten tot in het oneindige kunt servicen zonder voor elk uurtje een factuurtje te sturen. Dat je verloren of slecht betaalde pitches kunt terugverdienen. Dat je de ruimte krijgt om talent op te leiden. En dat je een mate van onafhankelijkheid bewaard die noodzakelijk is om als adviseur serieus genomen te worden.

Net als advocaten en bankiers hadden ook reclamemakers heerlijke rookgordijnen. De 15 procent mediacommissie bijvoorbeeld, met kruiwagens kwam het binnen. Lithografie, een goudmijn was het. Commercials, fantastische verdienvehikels. Drukwerk, van hetzelfde laken en pak. Toen resideerden reclamebureaus en advocatenkantoren schouder aan schouder in Oud-Zuid.

Das war einmal. Maar er gloort hoop. Internet heeft namelijk voor veel onduidelijkheid gezorgd. Interactie is moeilijk, niemand snapt het wezenlijk. Social media, apps, HTML5, Flash, Google algoritmen, Java, zoekmachineoptimalisatie, iPad, Android, multi-sites… Het ziet ernaar uit dat er weer wat financiële vaagheid kruipt tussen de vraag van de klant en antwoord van het bureau. Voor gezonde bedrijfsresultaten en goed, oorspronkelijk werk is dat hard nodig.

Geschreven als column voor adformatie.nl

maandag 13 september 2010

Qua Vrij Nederland worstelen adverteerders met een hardnekkige kennisachterstand.

Het gaat goed met Vrij Nederland. Je merkt het op de redactieburelen, je merkt het op de afdeling marketing, je ziet het aan de HOI cijfers, maar adverteerders worstelen nog met een kennisachterstand. Tijd voor actie. Samen met Raymond van Kasterop en Viola Rudelsheim van Weekbladpers hebben we een aantal acties bedacht die daar iets aan gaat doen. Online en offline.

Vrij Nederland komt adverteerders tegemoet in moeilijke tijden.
Actie die gelijk liep met de formatieactie van Vrij Nederland. Mailing, e-mailing en financiële injectie in de vorm van 5 kilo muntdrop.


Wat geef je een jarige die alles al heeft?
Je wordt maar een keer zeventig. En je maakt maar een keer zo'n mooi jubileumnummer. Uitgelezen kans voor adverteerders om in te haken. Mailing en e-mailing.



zondag 12 september 2010

Onopgevoede kinderen, wat doen we eraan?

Novilon is een vloer met veel fijne eigenschappen. Maar eentje wordt er meestal over het hoofd gezien. Het is ook een stille vloer. Zowel wat betreft contactgeluid als omgevingsgeluid. Dat maakt ‘m ideaal voor mensen met kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Opgevoede en onopgevoede.
Doelstelling: Duidelijk maken dat Novilon een stille vloer is.
Medium: Woonbladen (VT Wonen, 101 Woonideeën, Ariadne at Home), Woonbeurs en online.
Opdrachtgever: Forbo Flooring
Bureau: R/L communicatieatelier
Creatie: Jos Cornelissen, Rob Linssen, Michiel Heesbeen
Fotografie: Hotze Eisma.
Verantwoordelijk bij klant: Marlien de Widt



woensdag 1 september 2010

De 'gewone man' is een instituut dat met kolossale subsidies overeind wordt gehouden.



Er is veel te doen over de subsidiëring van kunst en cultuur. Het zou een linkse hobby zijn. Nu ben ik toevallig een liefhebber van onbegrijpelijk toneel, 'dat-kan-ik-ook' kunst, wazige films, piep-knor muziek en duffe vioolsonates. Het houdt de geest open en verbreedt de blik. Niet onbelangrijk voor een reclamecreatief lijkt me. Maar in deze middelpuntzoekende wereld is de gewone man de maat der dingen. En ja hoor, de gewone man houdt niet van cultuur. Dat vindt-ie maar elitair. Hij zit liever met een kroket en een pot bier naar voetbal te kijken, of naar RTL Boulevard. En omdat de gewone man zich met het rode potlood in het pluche lijkt te wringen, vindt de gewone man, bij monde van Wilders en Rutte, dat uitgebreid het mes gezet dient te worden in kunst en cultuur.  “Dus als ‘die’ mensen naar ‘dat’ theater gaan legt de overheid het tienvoudige bij?! Weg met die subsidies.”  Scoren!

Maar daarbij ziet de gewone man één detail over het hoofd. Het solidariteitsbeginsel. Kijk, diezelfde gewone man kost de samenleving nogal wat. ‘Ze’ souperen zo’n beetje de complete ruif leeg van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (67,102 miljard). ‘Ze’ verdampen achteloos het grootste gedeelte van het potje van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (63,846 miljard). Ik ben bang dat het potje Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, goed voor 36,542 miljard, voor het grootste gedeelte verdwijnt in de bodemloze put die ‘gewone man’ heet (uitgezonderd natuurlijk de helft van cultuur en media potje van 1,857 miljard). Om nog maar te zwijgen van de centen waarvoor Jeugd en Gezin verantwoordelijk zijn (6,510 miljard).


Daar staat van de kant van de gewone man niet bijster veel tegenover. De gewone man verdient nu eenmaal niet zo bar veel en bijgevolg is de bijdrage per gewone man aan de overheidsfinanciën bescheiden in verhouding tot het beroep hij er op doet. Kortom, de ‘gewone man’ is een instituut dat met een kolossale subsidie overeind wordt gehouden. Niks aan de hand. We vinden allemaal, inclusief ondergetekende dat het solidariteitsbeginsel, de basis van onze verzorgingsstaat, overeind moet blijven. Dat heet beschaving. Maar, het zou de gewone man sieren als hij blijk gaf van enige wederkerigheid op dat gebied. En omdat dat wellicht teveel gevraagd is, zouden zijn volksvertegenwoordigers respectvoller moeten omgaan met de verworvenheden van kunst en cultuur. En ze niet tot inzet moeten maken van een populistisch rookgordijn dat het onvermogen om echt structureel in te grijpen in de overheidsfinanciën maskeert. Ook dat heet beschaving.



Geschreven als column voor adformatie.nl

dinsdag 31 augustus 2010

Wat geef je een jarige die alles al heeft?

Vrij Nederland viert z’n 70-jarig jubileum. Maar wat geef je een jarige die alles al heeft? Precies: 15 euro. Daarvoor krijg je dan wel mooi 12 schitterende nummers thuisgestuurd. Campagne waarmee Vrij Nederland zijn jubileum viert en tegelijkertijd nieuwe abonnees werft.
Doelstelling: werven nieuwe abonnees.
Medium: print, radio, dm, online
Opdrachtgever: Vrij Nederland.
Bureau: R/L communicatieatelier.
Creatie: Jos Cornelissen, Rob Linssen, Michiel Heesbeen
Verantwoordelijk bij klant: Suzanne de Groen






donderdag 15 juli 2010

De cd's gaan naar de zolder, maar het geluid blijft.

Zo. De kogel is door de kerk. Na een paar vermoeiende verhuizingen, een verblijf in afgedankte dozen en scheefzakkend op schapjes in een rommelkamer, geven mijn cd's het op. De rommelkamer wordt thuiswerkplek en moet helemaal leeg. "Die cd's kunnen toch wel naar de zolder, je draait ze toch nooit." Nee en inderdaad. Die cd's herbergen state off the art geluidskwaliteit waar slappe mp3-tje niet aan kunnen tippen. Hoe ruim ik de troep op en behoud ik dat prachtgeluid? Leek me leuk om aan de zoektocht naar de oplossing een blog te wijden.

Koude grond psychologie van de cowboy boot is dood.


Het reclamevak blijft natuurlijk heel mooi. Maar de tijden zijn wel erg veranderd. Ik probeer nog steeds mijn vinger erachter te krijgen. Vroegah waren er maar een paar mediamiddelen, allemaal eenrichtingsverkeer: TV, radio, print, etc. Om daarin op te vallen had je een idee nodig, reclame was (toen in ieder geval) een ideeënstrijd. Dat is nu heel anders. Het gaat nu veel minder om ideeën, maar veel meer om, heel breed gesproken: 'apps'. Complexe, in elkaar grijpende constructies van actie en reactie. 
Ideeënmakers moesten vooraf een inschatting maken van het effect van hun ideeën (alfa mensen). App-bouwers leren achteraf (data) wat het effect is en sluiten zo (denken zij) langzaam maar zeker numberbased het net rond de consument (bèta mensen). Zo bezien, nemen andere mensen het vak over, het wordt meer bèta. Invoelen is niet meer nodig als je kunt meten. Of het utopia van de rekenmeesters bewaarheid wordt weet ik niet. Maar klanten lijken massaal achter deze goeroes aan te lopen. De koude grond psychologie van de cowboy boot maakt in ieder geval nog maar weinig indruk. Hoe dan ook, saai is het niet.

donderdag 17 juni 2010

Beeldoverdaad te lijf met ... beeld.

Wat hebben kunstenaars nog toe te voegen aan de beeldoverdaad die ons netvlies teistert? Die vraag die wordt gesteld op de tentoonstelling die ik gisteren zag in Arti, Amsterdam. Da's een vraag die ook voor reclamemakers relevant is. Het aantal communicatiemiddelen is immers geëxplodeerd. Iedereen met een telefoon is een publicerend fotograaf en filmer. Hoe val je nog op?

De kunstenaars in Arti hebben verschillende strategieën. Shockeren bijvoorbeeld: morsige 2 bij 2 meter foto's van dikke naakten, Sadam Hoessein op sterk water en naakten in een compromitterende houding met een masker van Mohammed. Shockeren is - nog steeds - makkelijk. Er zijn genoeg beelden die we wel kunnen bedenken maar nog nooit gezien hebben.

Intrigeren een andere tactiek. Een in nauwelijks leesbaar beeld dat je uitdaagt en beloont als je de tekst ontcijfert (zie onder). Of een hele reeks identiek gefotografeerde computermonitoren en tv's afkomstig van het grofvuil, waar de herhaling zorgt voor onverwachte schoonheid en melancholie.




Sommige installaties irriteren: ritmisch flikkerend videobeelden begeleid door gedreun. Maar het meest tot de verbeelding sprekend waren de verhalen. De boodschap dringt niet in een keer tot je door. Je moet ernaar op zoek. Ik nam de moeite en werd niet teleurgesteld. Zo vroeg ... aan seriemoordernaars, verkrachters,  kannibalen en heel gewone mensen om een tekening maken. De naast elkaar getoonde kleurpotloodwerkjes waren allemaal even naïef en onschuldig. Welke was nu van de seriemoordenaar?


Thinkebell maakte een tasje van haar kat. Moet kunnen. Bont is bont. De wereld dacht daar een tikje anders over en Tinkebell ontving een eindeloze reeks anonieme scheldmails. Moordzuchtige haatschriften die je angstig doen wegkruipen. Zij hield stand, ging op zoek naar de mensen achter de hatemails en publiceerde de foto's en verhalen die ze vond in een boek: 'Dearest Thinkebell'. Wat bleek, het waren geen creeps die haar bestookten, maar hele gewone mensen die in de schaduw van anonimiteit hun woede afreageerden. 

Ik was misschien 45 minuten in Arti en alles is goed blijven hangen. Wat onthoud je van een reclameblok van 5 minuten? Verwacht evenwel geen heldere boodschap, of een antwoord op de vraag wat een kunstenaar toe te voegen heeft aan het beeldbombardement. 

zondag 13 juni 2010

Valx schudt de trailerassenmarkt wakker.

Afgelopen donderdag 10 juni was het grote moment waarop trailerbouwend Europa heeft zitten wachten: de launch van Valx, een nieuw Nederlands bedrijf dat een complete serie trailer assen op de markt brengt. Het was al even geleden dat een nieuwkomer deze ietwat conservatieve markt betrad. En de concurrentie is ongetwijfeld 'not amused'. Tel daarbij op dat de competitie moordend is, dus lef kan Valx niet worden ontzegd.  De kick off vond plaats op vliegveld Valkenburg. With a BANG!

Wij ontwikkelden (sinds april 2009) de communicatiestrategie, de identity en de campagne. Hieronder de advertenties die geplaatst worden in heel Europa. De campagne nodigt trailerbouwers en fleet owners prikkelend uit om kennis te maken met Valx. Valx positioneert zich als 'The smart alternative' voor de bestaande aanbod. In de copy wordt overtuigend bewezen dat Valx inderdaad een heel slim alternatief is. De campagne is ook gebruikt voor de kick off (Discover me!) inclusief de goodiesbag die alle bezoekers na afloop meekregen (Remember me!) Maar het mooiste is wel dat Valx zelf aan de slag is gegaan met het thema...

Een paar credits:
Verantwoordelijk bij de klant: Mark Engelen, Carla van Santvoort, Lonneke Amijs
Fotografie (bel die man!): Egon Notermans
Strategie, concept, copy: Rob Linssen
Concept, art direction: Jos Cornelissen
Vormgeving: Michiel Heesbeen


donderdag 10 juni 2010

Irma Boom temt de infogeile geest.

Onze wereld stroomt langzaam maar zeker vol met snel kopieerbare digitale dingetjes. Ooit is berekend dat we zo'n 6.000 boodschappen per dag verwerken. Dat was in het analoge tijdperk denk ik. Inmiddels is het een veelvoud daarvan. Mijn brein vonk wat af. Nog voordat verdieping het wint van nieuw, vraagt een andere dingetje elektriserend mijn aandacht. FLITS. FLITS. Het dansende brein is er aan verslaafd. Mijn hersenen laten niemand meer uitpraten, volgen geen betoog, film, of visie tot het einde. Ik zap en snack. Googelend val ik middenin een verhaal. Negeer ik iedere samenhang. Ik reageer wat af, uit de heup: twitter, sms, linked in, facebook, blogs. Plak en knip. Leg honderden verbindingen zonder te verbinden. En voordat duiding, reflectie, of betekenisgeving toeslaat, graas ik verder. Ik schijn de enige niet te zijn. 


Dan is het toch fijn dat zo iemand als Irma Boom je bij de les houdt. Irma Boom is een grafisch vormgever met een obsessie voor boeken. Al sinds 1987. Ze drukt, gezegend met een groot talent, tegen de keer haar zin door. Met een kolossaal en indrukwekkend oeuvre als resultaat. De rust die me overvalt als ik naar haar werk kijk is haast meditatief. Hier geen dingentjes met een levensduur van 1 nanoseconde. De totstandkoming van haar eerste project, twee boeken met daarin de postzegels uit 1987 en 1988 is illustratief voor haar dwingende manier van werken. Voor de vormgeving van dat overzicht vroeg SDU, haar werkgever, 40.000,- gulden. De productie: lithografie, drukwerk etc. was begroot op 160.000,- gulden. Toen mocht kwaliteit nog iets kosten. Het project loopt volkomen uit de hand. En dat leidt tot paniekerige correspondentie die op de tentoonstelling allemaal te lezen is. Hilarisch. De kosten van de productie komen uiteindelijke uit op een half miljoen gulden. Er gaat iets geruststellends van uit, iets troostends. Hier heerst niet leiband van de aandeelhouderswaarde.

Er zijn meer ontstaansgeschiedenissen te genieten. Zo kom je veel te weten over het 2136 pagina’s dikke jubileumboek dat ze maakte voor de Steenkolen Handels Vereeniging. Een kathedraal van een boek. Vijf jaar werk. Duizenden uren. Je ziet het, je voelt het. Hier zegevieren liefde, kunde en kunst. Heen en weer lopend tussen de drie zalen van de UvA Bijzonder Collecties aan de Turfmarkt in Amsterdam komt de tijd tot stilstand. Inmiddels stortregent het. Buiten raast twitterend Nederland. Verkiezingen. Meninkjes. Lijstrekkers. Bankiers. Overheidstekorten. Peilingen. iPhone uit. Ik blijf hier. 

dinsdag 8 juni 2010

Sorry, ik heb geen tijd voor nieuwe reclame.

Het wordt er niet makkelijker op. Reclame in ontvangst nemen. Een boodschap die in één keer vertelt wat een fabrikant te zeggen heeft, is een zeldzaamheid geworden. Persoonlijk heb ik al moeite met commercials. Zeker als ze wat langer duren. Wat denken ze wel? Dat ik zeeën van tijd heb om al die verhaaltjes uit te zitten? De hond moet nog uit. Oké, misschien als het verhaaltje een beetje leuk is. Ik vind die xs4all film wel grappig. Smaakkwestie. Maar neem nou die VW Blue Motion film, die duurt en duurt...

Ik zap wat af. Dat deed ik vroeger ook al. En het is er niet minder op geworden. Het tijdsbeslag van het hedendaagse communicatieaanbod doet me een beetje denken aan het jureren van commercials tijdens de ADCN Kijkdagen, 10 jaar geleden. Wat een zit! Afgezien van de ongelofelijke sociale verarming die de huidige online jurering met zich mee brengt, vind ik dat klik, klik doorspoelen wel een hele uitkomst. Het hele zwikje production value ros je er in een klein half uurtje doorheen. Geen slecht idee trouwens voor het commercialblok. Maar dit terzijde.

Terug naar de tijd die fabrikanten en dienstverleners van mij vragen voor mijn vrijwillige aandacht. Wat dacht je van al die  megabites reut die het web verstopt. Geen fabrikant kan meer zonder een game, of een audience participation app. Er staat voor een paar miljoen speeluren klaar voor de enthousiaste gamer. Ik heb er geen tijd voor. Het gras staat kniehoog. En dan al die interactiezooi op social media. Wat een werk allemaal, invullen, opsturen, doorsturen, hele verhalen zijn het. Geen doorkomen aan.

Vooral fondsenwervers blinken hierin uit. Vroeger investeerden ze nog wel eens in een spijkerhard idee en ramde dat in mijn rechterhersenhelft. Ik pinkte een traantje weg en maakte een euro of wat over, of werd lid. Nu moet ik, bij gebrek aan ideeën, meelopen aan het slappe handje van een nieuwe media goeroe. Deze nieuwlichter heeft bedacht dat ik eerst opgevoed moet worden, voordat ik in het voorportaal van het geven terecht kom. Wat een koek. De meest ingenieuze constructies worden bedacht, om de hopeloos slechte pointe van het idee te verbergen achter een zee van filmpjes, knoppen, invulschermen en andere shit. De paar keer dat ik de moeite heb genomen om achter zo’n goeroe aan te hobbelen, waren een pijnlijke deceptie. Wat een gebrek aan geestkracht en wat een totaal naïef geloof in getalletjes. Als consument eis ik duidelijkheid. Ik wil in één keer overtuigd worden. Of tenminste, geraakt worden. BENG! Voor al die andere zich voortslepende marketingcommunicatie heb ik eenvoudigweg geen tijd. De kinderen wachten op het schoolplein. Ik ben bang dat dat voor de rest van Nederland niet anders is.

zondag 30 mei 2010

'The years from 1989 to 2009 were consumed by locusts.'


Judt houdt een bevlogen en goed beargumenteerd betoog waarin hij zich afzet tegen de onstilbare honger van het klepto-kapitalisme en een lans breekt voor de sociaal democratie. In zijn ogen de enige politieke stroming die ons fair door deze onzekere tijden kan loodsen. De kiem van de in ongerede geraakte maatschappij, en dan doelt hij met name op de VS en GB, is de grote en schrijnende (inkomens)ongelijkheid die is ontstaan door de theologie van de vrije markt: het neo-liberalisme van Milton Friedman en de zijnen. Die inkomensongelijkheid heeft een maatschappij gecreëerd waarin enkelen profiteren en de meerderheid inlevert. Hij laat overtuigend zien dat die inkomensongelijkheid aan de onderkant van de samenleving zorgt voor een afname van de sociale mobiliteit, een toename van de criminaliteit en een verslechtering van de volksgezondheid. 

Gewapend met het gedachtengoed van 19e en 20e eeuwse politieke denkers, schetst Judt een rechtvaardigere wereld. Maar vooral geeft hij de lezer munitie tegen de mathematische gelijkhebberigheid Chicago-econometristen. Zijn argumentaties geven te denken en ontmantelen de vrije markt automatismen van het Thatcher, Major, Blair, Reagan, Bush, Clinton, Bush tijdperk. 'Ill fares the land' is geen handleiding, geen 'how to' boek. Judt geeft ons de taal en de argumentatie om belangrijke politieke vragen opnieuw te stellen: Wat is het gevolg van deze wetgeving, van deze maatregel? Is het eerlijk? Is het goed? Is het rechtvaardig? Welke bijdrage levert het aan een betere samenleving? Volgens Judt zijn we het ons als burgers van een vrije samenleving verplicht deze vragen te stellen. Maar, voegt hij er aan toe, "Philosophers, it was famously observed, have hitherto only interpreted the world in various ways; the point is to change it." Daarmee is 'Ill fares the land' ook een activistisch boek.
Lezen als je het gevoel hebt dat het neo liberalisme net iets minder zegenrijk is, als Blair en Bush ons deden geloven.

donderdag 22 april 2010

Thuis in een paar foto's


(for english scroll down) 14 april moesten wij ons huis uit. ME aan de deur, katten mee, hond mee, een paar fotoalbums en de nieuwe mountainbike die in de gang stond. En weg. Het dorp bloedde leeg. Er woedde een grote brand in de duinen bij Bergen aan Zee. De noordoostenwind blies met kracht in onze richting. En zonder een enorme inspanning van honderden brandweermannen en een fikse dosis geluk zouden de vlammen binnen een uur de eerste huizen van het dorp bereiken.

Thuis is dan opeens allesbehalve vanzelfsprekend.

Maar wat is dat, thuis? Een stad of dorp. Een wijk. Een straat, een huisnummer. Onderdeel van een bestemmingsplan. Of een structuurvisie. Handelswaar voor een projectontwikkelaar. Een ingekleurde potloodtekening van de architect. Vaak liefdeloos gebouwd door een aannemer. Onbeholpen verkocht door een makelaar. Onderpand van een hypotheek. Je vermogen. Waar je geboren bent en opgroeit. Het territorium van je huisdieren. Waar jij nu woont. Waar je kinderen geboren zijn. Thuis laat zich niet makkelijk vangen in een paar woorden.

Stuur foto's van je thuis, dan maak ik er een boek van.
Daarom wil ik je uitnodigen om jouw thuis te vangen in een paar beelden: foto's. Lastig? Welnee. Pak die camera. Kies een dag uit. En kijk. Kijk en klik. Maak flink wat foto's. Probeer geen fotograaf te zijn. Wees mild. Alles is goed, zolang het gevoel maar klopt. Vergeet mooi. Klik en kies er vijf of zes uit die op zichzelf niets zeggen. Maar samen alles. En stuur die naar mij. Geen tekst, alleen beeld, foto's. Zonder volgorde. Zie hieronder voor een paar foto's die staan voor mijn thuis.

Ik ga ze verzamelen. Ordenen. Indelen. Het is een soort onderzoek. En maak er in eerste instantie een boek van. Alle door jullie geschoten fotoseries bij elkaar opgeteld geven een genuanceerd beeld van thuis.

Zo werkt het.
Maak je foto's. Kies de vijf of zes foto's die het samen het beste je thuis weergeven. En mail die naar rob@roblinssen.nl. Het formaat van de foto's moet minimaal 2 megapixels zijn, anders is de kwaliteit te slecht om ze te drukken. Het kan zijn dat je per mail maar twee of drie foto's kunt sturen. Stuur dan een paar mailtjes.

Je kunt de foto's ook branden op een cdr. Die kun je sturen aan R/L communicatieatelier t.a.v. Rob Linssen, Van Diemenstraat 328, 1013CR Amsterdam. Vergeet niet een afzender te vermelden, minimaal een mailadres.

Als ik je foto's heb ontvangen stuur ik je een mailtje en hou je per mail op de hoogte van de vorderingen.

Privacy.
Nooit zal ik je persoonsgegevens gebruiken. Niet in het boek en op geen enkele andere plek. Alleen de foto's worden gebruikt. Juist het feit dat de foto's anoniem zijn maakt dit project interessant.

Rechten.
Door je foto's naar mij op te sturen geef je mij toestemming om de foto's (kosteloos) te gebruiken voor dit project. En de promotie ervan. De kans bestaat dat niet alle ingestuurde series gebruikt gaan worden. Ik behoud mij het recht voor om een selectie te maken. Tot slot. Het hele project is voortdurend in ontwikkeling, er kunnen dus nog zaken veranderen. Maar de essentie van het project blijft zoals het hier is omschreven.

Home in a few photos.

‘Research’ into the home feeling.

On 14 April 2010 we had to leave our home. The police were at the door. We grabbed the dog, the cat, a couple of photo albums and the new mountain bike that was standing in the hallway. And we left. The village was being evacuated. There was a huge fire raging in the dunes near Bergen aan Zee, a village with less than 300 inhabitants close to Alkmaar in the Netherlands. A strong north-easterly wind was blowing in our direction. Without an enormous effort on the part of hundreds of firemen, and big slice of luck, the flames would reach the first houses in the village within an hour.

In a situation like that, home is suddenly something you cannot take for granted.

But what is home?

A town or village? A neighbourhood? A street or a house number? Part of a zoning plan? A planning strategy? A commodity for a project developer? Security for a mortgage? Your capital? Where you were born and grew up? Your pets' territory? Where you live now? Where your children were born? It's hard to sum up home in a few words.

Take photos of your home, send them in and I’ll make them into a book.
 To try to find out what home is, I would like to invite you to capture your own home in a few images – photos. Difficult to do? Of course not. Take your camera, choose a day and look. Look and click. Take a lot of photos. Don’t try to be a photographer. Take it easy. Everything is fine as long as the feeling is right. Forget about ‘beautiful’. Just click away and then choose five or six photos that don’t say a lot in themselves but say everything together. And then send them to me. No text – just pictures. In no particular order.

I’m going to collect them, sort them and classify them. It’s a sort of research. First of all, I’m going to make them into a book or a magazine. Together, all of the photo sets shot by you should add up to a subtle picture of what home is.

This is how it works.
 Take your photos. Choose five or six of them that sum up what your home is. Then send them by e-mail to rob@roblinssen.nl. The photos should be at least 2 megapixels in size, otherwise the picture quality will be poor when printed. It may be that you can send only two or three photos by e-mail. If that happens, send a couple of e-mails.

You can also burn your photos onto a CD-R and send them to R/L communicatieatelier attn. Rob Linssen, Van Diemenstraat 328, 1013CR Amsterdam, The Netherlands. Don’t forget to include your name and at least your town or city and an e-mail address.

When I’ve received your photos, I’ll send you an e-mail and keep you up to date with progress.

Privacy.
 I will never use any of your personal information, either in the book or elsewhere. Only the photos will be used. It’s the fact that the photos are anonymous that makes this project so interesting.

Rights.
By sending your photos to me, you will be giving me permission to use them for this project free of charge. And to promote the book. It may be that not all of the sets sent to me can be used. I reserve the right to make a selection. Finally, the entire project is under constant development so certain things may change. But the essence of the project will remain as described here.

Who is Rob Linssen?
He’s a straight-thinking concept maker, copywriter and owner of R/L Communicatieatelier. He studied history and communication science in Nijmegen followed by the Willem de Kooning Academy in Rotterdam. He has twenty years’ experience in advertising and is still searching. He started working for large advertising agencies but, after about five years, he decided to go his own sweet way. First as a freelancer but then, soon after, as an agency: linssen id, later bakker|linssen id. Here he produced work that won national and international prizes. In 2009, he set a new course and started a new agency: R/L communicatieatelier. Alongside his advertising work, he now has time for personal expression and ‘research’.

roblinssen.blogspot.com
rlcom.nl

Rob Linssen
Van Diemenstraat 328
1013CR Amsterdam
The Netherlands
rob@roblinssen.nl